![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Anergates
atratulus
(Schenck)
Nederlandse naam: woekermier * * * * *
|
|||||||
* Anergates atratulus of de woekermier is een zeer zeldzame parasitaire mier die, zoals de soortnaam anergates, (zonder werksters) aangeeft, zelf geen werksters voortbrengt. Het wijfje, dat door de mannetjes in het nest wordt bevrucht , dient zich in een nest van de zwarte zaadmier (Tetramorium caespitum) of de bruine zaadmier (Tetramorium impurum) door diens werksters te laten opnemen en moet de rol van stammoeder overnemen om haar eigen voortbestaan te verzekeren. Over de aard van adoptie is men het blijkbaar nog niet eens. Volgens de ene auteur (J. van Boven) dringt zij het nest van een zaadmiertje binnen waarbij de stammoeder door verwaarlozing sterft of effectief gedood wordt, terwijl een andere auteur (J.H. Sudd) beweert dat zij zich waarschijnlijk laat adopteren door werksters van de zaadmier die geen eigen koningin meer in hun kolonie hebben. De parasitaire mier kan zowel monogyn als polygyn zijn en in één nest kunnen wel tot 1000 sexuelen voorkomen waarbij het aantal wijfjes veel hoger ligt dan het aantal mannetjes. Bij één gelegenheid noteerde J. van Boven (ed. 1977) 270 gynen en slechts 26 mannetjes. De woekermier heeft een uiterlijk dat sterk afwijkt van dat van andere mieren. Mieren hebben over 't algemeen een tamelijk sterk chitinepantser met duidelijk afgetekende vormen. De woekermier daarentegen heeft eerder een amorf, verschrompeld uiterlijk alsof de nimfe niet echt tot volle wasdom is gekomen en er niet in geslaagd is om het chitine uit te harden. Een onbevrucht of pas bevrucht wijfje wordt gekenmerkt door een duidelijk waarneembare longitudinale groef bovenop het gaster. Wanneer zij eenmaal haar plaats in het nest van een gastheer heeft opgeëist, zwelt het gaster enorm op. Het wijfje transformeert zichtbaar tot een ei-legmachine en wanneer men zo’n wijfje op de handpalm beweegt, dan rolt het als een klein erwtje heen en weer (Jos Van Brabant, persoonlijke mededeling). Jos Van Brabant noteerde in 1958 Genk als eerste vindplaats in ons land voor deze toch wel merkwaardige mier. In de periode 1999-2000 werden drie nieuwe vindplaatsen genoteerd (Dekoninck & Vankerkhoven, 2001) en in 2006 werd een exemplaar gevonden aan de Westkust. De woekermier heeft geen echte bruidsvlucht. De mannetjes zijn ongevleugeld en de paring heeft bijgevolg in het nest plaats. De wijfjes die wel gevleugeld zijn, kunnen dus na de paring het nest verlaten en al vliegend op zoek gaan naar een geschikte gastkolonie van de zaadmier.
Deze foto's zijn eigendom van The California Academy of Sciences. Copyright 2002-2004. Het gebruik van de afbeeldingen is onderworpen aan Attribution-NonCommercial-ShareAlike Creative Commons License. * * * * *
We hebben reeds vermeld dat de geslachtsverhouding bij de woekermier sterk in het voordeel is van de wijfjes. J. van Boven noteerde in een nest 270 gynen en 26 mannetjes wat een verhouding van 0.91 is. Collectiemateriaal van A. Buschinger (Heinze, J. et al., 2007) toont aan dat die ratio tussen 0.67 en 0.99 ligt met 8 van de 10 waarnemingen boven een ratio van 0.80. Waarnemingen in een kunstnest toonden aan dat de uitgekomen vleugelloze mannetjes al binnen de eerste dag copuleerden. Hierbij trachten zij met zo veel mogelijk wijfjes te paren en uit histologisch onderzoek weten we dat de mannetjes gedurende hun vijfdaagse volwassen leven voortdurend nieuw sperma aanmaken. Een paring kan tot 1 uur duren wat bij mieren eerder ongewoon lang is. De mannetjes hebben dan wel het uitzicht van een onvolwassen puber maar potent zijn ze wel. * * * * * In 1906 vond Gottfrid Adlerz in Zweden een nest van Tetramorium met drie gynen van de woekermier met sterk gezwollen gaster. De kolonie werd overgebracht naar een kunstnest waarin hij na enkele dagen twee gynandromorfen aantrof tussen de talrijk uitgekomen gevleugelde wijfjes. Eén van deze gynandromorfen trachtte herhaaldelijk met de wijfjes te paren terwijl de mannetjes avances maakten naar de gynandromorf. Daar waar de mannetjes en gynen van de woekermier door de werksters van Tetramorium met zorg werden omringd, kregen de gynandromorfen zoveel agressie te verwerken dat Adlerz ze uit het nest wegnam. Op bijgevoegd pdf-bestand staan enkele tekeningen van de woekermier zoals Adlerz ze waarnam. * Adlerz, G., 1908. Zwei Gynandromorphen von Anergates atratulus Schenk. - Arkiv för Zoologi, 5/2.
Deze zomer vond ik op 6 augustus op een parking in Diest onder een betonklinker een nestje van Tetramorium caespitum. Meteen merkte ik enkele gevleugelde miertjes die te klein waren voor mannetjes of wijfjes van T. caespitum. Met een exhauster heb ik alles opgezogen wat er bewoog en heb alles in een kunstnestje geplaatst. Wat ik reeds bij het openen van het nestje vermoedde, bleek waar te zijn. De gevleugelde exemplaren waren gevleugelde wijfjes van de woekermier. In het nestje bevonden zich geen mannetjes maar wel een vijftiental larfjes van de woekermier en een tiental werksters van T. caespitum. Ik heb alle gevleugelde gynen verwijderd als collectiemateriaal en voor een DNA onderzoek. Op 18-08-2009 zaten er in het nestje 2 wijfjes en 2 mannetjes. Op 27-08-2009 kon ik een paring waarnemen en op 30-08-2009 zag ik nogmaals een paring met een pas uitgekomen wijfje. Op 30-08-2009 heb ik op de Teut, een heidegebied in Zonhoven een paar honderd werksters van T. caespitum zonder koningin meegenomen. Deze heb ik verdeeld over twee kunstnesten. Op 31-08-2009 heb ik een gevleugeld wijfje van de woekermier in een kunstnest met een honderdtal werksters van T. caespitum gezet.
Om verder te kunnen waarnemen wat er gebeurt, neem ik het kartonnetje weg dat het binnennest verduisterde en zorg op die manier voor de complete chaos. Alle mieren lopen haastig heen en weer en ik verlies de woekermier uit het oog. Na een tijdje keert de rust weer en zitten alle mieren op een hoopje met daaronder vermoedelijk de woekermier. 1 september 's morgens. De woekermier zit nog in het binnennest en is haar vleugels kwijt. Af en toe bijt zich nog een werkster van T. caespitum vast en is er wat trek- en duwwerk. Ik doe verder geen waarnemingen meer en veronderstel dat de woekermier werd aanvaard. 's Middags controleer ik het nest en zie dat de woekermier in het hoekje van het afval en de gestorven werksters bewegingloos ligt. Dus toch niet ... totdat ik na een paar minuten zie dat de woekermier een paar poten beweegt. Ze wordt geregeld aangeraakt door T. werksters die haar verder ongemoeid laten. Na vijf minuten grijpt een werkster de woekermier bij het achterlijf en draagt haar naar een andere plaats in het buitennest en laat haar los. De woekermier komt weer in actie en gaat het binnennest in. Als zij wordt benaderd door een werkster houdt ze zich weer dood. Deze situatie herhaalt zich meerdere keren en ik stop mijn waarnemingen na 45 minuten. Bij controle om 15 h vind ik de woekermier niet meer terug en veronderstel dat ze bedolven is door werksters. Om 18 h 30 zie ik nog steeds geen woekermier, maar ook geen dode. Ook de volgende dagen vind ik de woekermier niet meer terug. Ik ga ervan uit dat mijn enthousiasme om het hele gebeuren op te volgen teveel verstoring heeft teweeggebracht en dat daardoor de woekermier niet werd aanvaard. Op 9 september zet ik een nieuwe 'bevruchte' (gepaarde) gyne van de woekermier in het Tetramorium nest en dek het ganse nest af om niets te verstoren. Bij controle op 25 september moet ik echter vaststellen dat ook de tweede woekermier gestorven is.
|
|||||||