![]() |
|
||||||
Mierenwerkgroep
* Polyergus * |
|||||||
| MIEREN |
|||||||
Als
we spreken over een werkgroep, dan denken we aan een aantal mensen die
geïnteresseerd zijn in hetzelfde onderwerp, in dit geval mieren. In het
beste geval komen zij ook geregeld samen om bevindingen uit te wisselen
en afspraken te maken voor bv een gezamelijk project.
Aan het behoud van onze mieren wordt ten onrechte weinig aandacht geschonken.
Het achteruitgaan of verdwijnen van slechts een paar soorten kan het verdwijnen
van een onbekend aantal andere interessante ongewervelden betekenen, aangezien
er allerlei bindingen zijn tussen deze groepen. * * * * *
1. Bij de mieren zijn er twee soorten ontwikkelingscycli, één waarbij
na het larvenstadium poppen worden gevormd (opvallende cocons die dikwijls
als eitjes beschouwd worden) en een andere waarbij de overgang tussen
larve en imago een naakte nimf is.
2. Een andere schubmier is de veenmier of
Formica picea . Het is een glanzend zwarte mier van zo'n 5 à 6
mm groot die te vinden is in veenachtige biotopen. Op het borststuk staan
meerdere naar voren gerichte haren. Van deze mier zouden wij graag zo
veel mogelijk stalen uit verschillende locaties met mekaar willen vergelijken
om na te gaan of het hier wel degelijk om een enkele soort gaat.
3. Indien iemand wenst mee te werken aan het inventariseren van onze mieren
dan kan dit door het nemen van neststalen. 4. Aan een doelgerichte inventarisatie mag je meteen je medewerking aanbieden. Het gaat hiebij om Lasius emarginatus of de muurmier waarvan de verspreiding in het kader van de 'Verspreidingsatlas en voorlopige Rode Lijst van de mieren van Vlaanderen' voor het eerst in kaart werd gebracht. De soort werd voornamelijk aangetroffen in Oost- en West-Vlaanderen (vooral het zuiden) en op een paar locaties in Vlaams-Brabant. Wij willen deze soort opvolgen omdat wij menen dat ze haar verspreidingsgebied naar het noorden aan het uitbreiden is. Voor meer gegevens van deze soort verwijzen we naar de fiche (Lasius emarginatus) en geïnteresseerden die haar verspreiding mee willen opvolgen, kunnen best contact opnemen met Wouter Dekoninck. 5. Cyphoderus albinus, is een springstaart (Collembola) die blijkbaar alleen maar in mierennesten voorkomt. Platyarthrus hoffmannseggi of de witte mierenpissebed is nog zo'n mierengast waarvan nog maar weinig geweten is. Eenieder die over deze twee gasten gegevens wenst door te geven, verzoeken wij contact op te nemen met Wouter Dekoninck. * * * * * Zoals dit reeds van bij de start van deze website werd aangekondigd, hebben wij de intentie om het mierenonderzoek niet te beperken tot Vlaanderen maar aangezien het veld groot is en er slechts weinig werkers (werksters) zijn, hebben wij ons tot hiertoe geconcentreerd op de Vlaamse mierenfauna. Sedert een paar jaar hebben wij nu in Wallonië navolging gekregen. Onder impuls van Philippe Wegnez wordt nu ook in het Waalse landsdeel nota genomen van de aanwezige mierensoorten. De bedoeling is om onze krachten te bundelen en wij streven ernaar om tegen eind 2010 een ruimer beeld te hebben van de diversiteit aan mieren in gans België. Om het initiatief aan een breed publiek kenbaar te maken, hebben onze Waalse collega's een eigen website gemaakt waar geïnteresseerden terecht kunnen met hun vragen en voor informatie. Ga zelf eens kijken op www.fourmiswalbru.be * * * * *
Als wij dan toch streven naar een beter overzicht van de mierenfauna in België dan willen wij zelf ook een nieuwe oproep lanceren. Gedurende een paar decennia hebben wij al wel een goed beeld van diversiteit van onze mieren in Vlaanderen maar zoals op onderstaande kaart merkbaar is, zijn er toch nog regio's waar 'geen mieren blijken te zitten' zelfs in een goed bemonsterde provincie als Limburg. Elke inwoner die op een dergelijke plaats woont, zal dit bij navraag meteen met klem tegenspreken. Aan ons dus om die hiaten op te vullen en eens te kijken hoe soortenrijk die lege hokken wel zijn. Alle gegevens zijn dus welkom!
Bij deze overzichtskaart die dateert van 2003 moeten we eerlijkheidshalve toegeven dat er toch wel wat gegevens ontbreken. Degenen die intensief meewerken aan het waarnemen van mieren zullen dit reeds hebben opgemerkt. Voor de samenstelling van deze kaart beschikten wij over 8.348 records. Momenteel zijn er dat reeds meer dan 11.500 en er komen dagelijks nieuwe waarnemingen bij. Wij willen bij deze gelegenheid dan ook allen die een inspanning leveren om dit te realiseren, bedanken. Opmerking : Elk cijfer op deze kaart geeft aan hoeveel verschillende soorten mieren binnen een UTM-hok van 5X5 km werden genoteerd. Voor een detail van Limburg kunt u inzoemen op deze provincie. * * * * *
|
|||||||
Mierenwerkgroep 'Polyergus' p.a. >>> François Vankerkhoven
|
|||||||