FORMICIDAE

 
FORMICINAE
     
SCHUBMIEREN
 
     
Smith, 1943
 

 

Camponotus herculeanus (Linnaeus)

Datum van de beschrijving: 1758
Beschreven door: Linneaus, pagina(s) 579.
Referentie van de originele beschrijving:

  • Linnaeus, C. 1758. Systema naturae. Regnum Animale. 10th ed. W. Engelmann, Lipsiae.
Synoniemen:
  • Formica atra Zetterstedt
  • Camponotus herculeanus subsp. caucasicus Arnol'di
  • Formica intermedia Zetterstedt
  • Camponotus (Camponotus) japonicus var. manczshuricus Emery
  • Camponotus herculeanus var. montanus Ruzsky
  • Camponotus herculeanus var. nadigi Menozzi
  • Camponotus herculeanus var. shitkowi Ruzksy
  • Camponotus herculeanus var. whymperi Forel
  • Formica castanea Lepeletier

Nederlandse naam: sparrenreuzenmier

* * * * *

typebeschrijving

218. FORMICA. Squamula erecta thoraci abdominique interjecta

Aculeus Feminis & Neutris reconditus.

Alae Maribus & Feminis ; sed Neutris nullae.

herculeana I. F. nigra , abdomine ovato, femoribus ferrugineis,

Fn svec. 1019 Formica magna.

* * * * *

Ga naar homepage Formicidae

 

 
 
 

 

Zowel C. herculeanus als C. ligniperda zijn in ons land (België) eerder zeldzaam en komen alleen voor in Wallonië (Hoge Venen). In het veld zijn deze twee soorten niet altijd eenvoudig van mekaar te onderscheiden en de in tabellen dikwijls aangehaalde kleurverschillen zijn niet relevant. In 1989 verschafte Bernhard Seifert enkele morfometrische indexen waarmee een zekere identificatie mogelijk werd. Zowel de verhouding KB / TL (maximale kopbreedte / thoraxlengte) als KB / ATL (kopbreedte / lengte achterste tibia) vertoonde in een analyse geen overlappingen. Alhoewel de discriminanten van 1989 nog steeds perfect bruikbaar zijn, paste Seifert in 1996 zijn indexen aan in functie van de totale grootte van de specimen, alhoewel hij reeds in 1989 op de allometrie van deze Camponotus-soorten heeft gewezen. De lichaamsverhoudingen worden bij de gynen niet bepaald door allometrische veranderingen zodat bij de determinatie hier geen ingewikkelde discriminanten noodzakelijk zijn.

wersters

ligniperda

herculeanus

als KB < 1800 µ

als KB < 1800 µ

ATL > 0,7817 KB + 861

ATL < 0,7817 KB + 861

TL > 1,3960 KB + 537

TL < 1,3960 KB + 537

als KB > 1800 µ

als KB > 1800 µ

ATL > 0,4231 KB + 1.506

ATL < 0,4231 KB + 1.506

TL > 0,8289 KB + 1.558

TL < 0,8289 KB + 1.558

 

gynen

ligniperda

herculeanus

ATL 3260 - 3550 µ

ATL 2740 - 2900 µ

ATL / KB > 0,920

ATL / KB < 0,920

KL / KB 0,916 - 0,970

KL / KB 0,864 - 0,925

 

Wij dienen hierbij wel op te merken dat de wijze waarop de lengte van de thorax in 1989 werd bepaald, verschilt van die van 1996. De gegevens van de thoraxlengte in deze tabellen (1996) werden verkregen door de thorax diagonaal te meten.

C. ligniperda is de grootste Midden-Europese mier en zij is groter en slanker dan C. herculeanus; zij is ook actiever en aggressiever dan herculeanus. Voor zover er gegevens beschikbaar zijn, blijken beide soorten zich ook in het algemeen te onderscheiden in hun nestbouw. Het zijn allebei houtmieren die hun nesten in boomstammen uitknagen. Er zijn aanwijzingen dat C. ligniperda rondom de bewoonde boomstam een uitgebreider grondnest bouwt dan herculeanus. Zuivere grond- of steennesten of nesten tussen rotsen lijken ook bij ligniperda voor te komen. Het nest dat ligniperda uitknaagt, gaat tot 3m hoog in de stam, bij herculeanus kan dat tot 6 à 10 m bedragen.

nest van Camponotus herculeanus

nest van Camponotus herculeanus in een den (Sjöbo, Zweden) © John A. Byers

* * * * *