![]() |
|
||||||
FORMICINAE |
|||||||
| SCHUBMIEREN |
|||||||
| Smith, 1943 | |||||||
|
Lasius
bicornis (Förster)
|
|||||||
Lasius bicornis is een uiterst zeldzame mier in West-Europa. Volgens Dekoninck & Grootaert (2005) werd de soort recent in ons land "herontdekt". Maar werd de soort nu voor de eerste keer gevonden of daadwerkelijk "her"ontdekt? Of die volgens Bondroit eerder in België werd gevonden, is een twijfelachtige zaak. In overleg met Wouter Dekoninck willen we hier de gegevens uit de literatuur opnieuw in overweging nemen. Dekoninck & Grootaert (2005) raadpleegden de publicatie van Bondroit, 1918 pagina 34. Voor de waarnemingen staat hier: Province de Liège: Hautes-Fagnes (1). Prusse rhénane: Aix-la-Chapelle (Förster). Hier citeert Bondroit zijn eigen, eerdere melding van 1912, maar wel op een andere wijze! Een kopie van een kopie kan een oudere publicatie onduidelijk maken en een punt wordt al eens meer een komma, zodat het citaat van Dekoninck & Grootaert weergegeven wordt als "Province de Liège: Hautes-Fagnes, Prusse rhénane: Aix-la-Chapelle; région située sur la frontière belgoprussienne à l'est de Spa". Dit leidt tot een interpretatie als zou Lasius bicornis ooit door Bondroit gevonden zijn te Aix-la-Chapelle, dat gelegen is in de Hoge-Venen ten oosten van Spa. Wat Bondroit (1918) ons zeker wil meedelen, is dat Förster de langschubmier vond in de buurt van Aix-la-Chapelle (= Aken!) in Duitsland. Of een aparte vondst door Bondroit (namelijk 1 gyne) in de Hoge-Venen ten oosten van Spa daar los van staat, is maar zeer de vraag. Bondroit vermeldt in zijn eerdere publicatie (1912) voor Lasius bicornis: "Aix-la-Chapelle (Förster), Hautes-Fagnes, une gyne" (sic). Kunnen we dit anders lezen dan dat Förster in 'de buurt van' Aix-la-Chapelle (Aken, Duitsland) zijn waarneming deed en dat de vindplaats tot de Hoge-Venen werd gerekend? In de publicatie waarin Arnold Förster Formica bicornis beschrijft (gegevens hierboven) lezen we op pagina 5 dat het type-exemplaar (Formica bicornuta) uit de 'Rijnprovincie (Aachen)' afkomstig is. Het beschreven type is een gyne en als herkomst vermeldt hij op pagina 43: '1 Weibchen dieser Art wurde in der Nähe von Aachen entdeckt'. Wie wat heeft waargenomen in de 'Hoge-Venen' is in de lijst van Bondroit (1912) ook niet erg duidelijk zoals meteen mag blijken uit zijn inleiding (met een verwijzing naar prof. August Reichensperger (1878-1962)), waarin hij zegt: "Je crois utile de publier les quelques documents que j'ai rassemblés sur la faune myrmécologique des Hautes Fagnes.". Het is dan ook nogal vaag zodat ook J. van Boven (1977) en Van Boven & Mabelis (1986) het citaat van Bondroit als een Belgische waarneming beschouwen. Bovendien willen wij nog opmerken dat er geen exemplaar van de langschubmier met een label van de Hoge-Venen aanwezig is in de collectie van Bondroit in het K.B.I.N. te Brussel. Hoe een citaat een eigen leven gaat leiden! Maar er is hier echter nog een andere factor in het spel en wel een politieke! Na de eerste wereldoorlog moest Duitsland in 1919, krachtens de vrede van Versailles het gebied van Eupen-Malmedy (Hoge-Venen) aan België afstaan. In 1940 werd het opnieuw bij Duitsland ingelijfd maar na de ineenstorting van het Derde Rijk kwam het opnieuw bij België. Of Lasius bicornis nu tijdens de eerste of de tweede wereldoorlog Belgisch Limburg heeft bezet, is ons niet duidelijk ;-). Omdat een 'waarschijnlijke waarneming' werd vermeld in 1912 werd de soort dan ook als uitgestorven beschouwd voor ons land. Tijdens de zomer van 2003 werd voor het eerst in Vlaanderen een 'zekere' waarneming genoteerd. Er werd in Sint-Pieters-Voeren (Limburg) in het Alserbos een gevleugeld wijfje gevangen met een malaiseval. De val was opgesteld in een gemengd eiken-beukenbos. Ondanks intens zoeken in de omgeving werd er geen nest gevonden. Indien we alles nog even in overweging nemen en daarbij de melding van Bondroit laten voor wat ze is, namelijk vaag en twijfelachtig, kunnen we spreken van een eerste zekere vondst voor België. Voor Nederland werden er twee waarnemingen genoteerd (1912 en 1913) in het zuiden van de provincie Limburg (Peeters, T.M.J. et al, 2004). * * * * * In 2008 en 2009 werden twee gynen waargenomen. Op 4 mei 2008 werd een gevleugeld wijfje gezien te Awirs, in de Maasvallei ten zuidwesten van Luik en op 13 juni 2009 vondt men een gevleugeld wijfje temidden van meerdere wijfjes en mannetjes van Lasius fuliginosus te Elewijt (Zemst). (Dekoninck, W. et al.). Dit brengt het totaal aantal waarnemingen voor België op drie. * * * * *
Eén van de voornaamste kenmerken van deze Lasius soort is de diep ingesneden schub.
* Bondroit, J., 1912. Fourmis des Hautes-Fagnes. Ann. Soc. Entom. Belg. LVI: 351-352. * Bondroit, J., 1918. Les fourmis de France et de Belgique. Ann. de la Soc. Entom. de France - Vol. LXXXVII * Dekoninck, W. & Grootaert, P., 2005. Rediscovery of Lasius bicornis (Förster, 1850) in Belgium (Hymenoptera: Formicidae). Bulletin S.R.B.E./K.B.V.E., 141: 27-29. * Dekoninck, W., Wegnez, P. & D. Muls, 2009. Two records of the rare ant Lasius bicornis in Belgium. - Bulletin S.R.B.E./K.B.V.E., 145: 111-113. * * * * *
|
|||||||