FORMICIDAE

 
FORMICINAE
     
SCHUBMIEREN
 
     
Smith, 1943
 

 

Lasius Fabricius, 1804

Datum van de beschrijving: 1804
Beschreven door: Fabricius, pagina 415.
Referentie van de originele beschrijving:

  • Fabricius, J.C., 1804. Systema Piezatorum. Carolum Reichard, Brunsviga. 439 pp.
Synoniemen:

Nederlandse naam: kleine schubmieren

* * * * *

typebeschrijving

Lasius Os absque lingua.

Mandibula brevis, fornicate, apice rotundata cum acumine.

Labium maxilla brevius.

Antennae medio frontis insertae, fractae.

* * * * *

Ga naar homepage Formicidae

 

 
 
 

 

De soorten van het genus Lasius worden ondergebracht in vijf subgenera : Austrolasius, Cautolasius, Chthonolasius, Dendrolasius en Lasius s. str. De soorten zijn verspreid over de Holarctische regio waarvan er zo'n 60 soorten in de Palaearctische regio voorkomen. Alleen de gynen van Cautolasius en Lasius s. str. kunnen zelfstandig een nieuwe kolonie stichten; de wijfjes van de andere subgenera zijn allemaal temporeel sociaalparasiet. Lasius (Dendrolasius) fuliginosus noemt men een temporeel parasiet van de tweede graad omdat de wijfjes enkel een nieuwe kolonie kunnen opstarten in een nest van een Chthonolasius-soort.

Alle subgenera zijn in België waargenomen behalve de soorten van Austrolasius Faber, 1967. Lasius (Austrolasius) carniolicus en Lasius (Austrolasius) reginae werden wel in Duitsland waargenomen maar behoren ook daar tot de zeldzaamste Lasius-soorten. Bernard vermeldt dat Lasius carniolicus wijdverbreid is in de Palaearctische regio maar dat ze overal een zeldzame soort is : Frankrijk, Zwitserland, Italië, Polen, Zweden, Yoegoslavië, Rusland, Kazakstan. Aangezien deze laatste soort sterk lijkt op Lasius flavus (myops) en daarvan ook de temporeel sociaalparasiet is, houden wij ook in België met deze soort rekening bij determinatie. J. van Boven en A. Mabelis wijzen op de late bruidsvlucht (september / oktober) van L. carniolicus om bij aanwezigheid van geslachtsdieren in een 'flavus-nest' tijdens deze maanden extra opmerkzaam te zijn.

* * * * *