![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Leptothorax
muscorum
(Nylander)
Nederlandse naam: mosslankmier * * * * *
|
|||||||
De mosslankmier werd maar op een beperkt aantal plaatsen in Vlaanderen waargenomen : Brecht, Koersel, Munsterbilzen, Neerpelt, Rekem, Turnhout en Zutendaal. Dit is een indicatie voor een zekere zeldzaamheid maar we willen hier wel de bedenking bij plaatsen dat deze kleine mieren een verborgen bestaan leiden en gericht dienen gezocht te worden. Waar we hier de aandacht op willen vestigen, is de soort L. gredleri die recent in België werd waargenomen maar die zo sterk lijkt op L. muscorum dat ze wel over het hoofd kan worden gezien. Met de beschrijving in 1855 van L. gredleri als nieuwe soort maakt Mayr een onderscheid met L. muscorum .
Andere auteurs hebben L. gredleri nadien als een variant van L. muscorum beschouwd. Meer dan honderd jaar later heeft Buschinger (1966) de observatie van Mayr bevestigd door aan te tonen dat L. gredleri en L. muscorum twee afzonderlijke soorten zijn. Buschinger baseert zich voornamelijk op het verschil in grootte van de thorax en de lengte van de epinotale doorns. We merken hier op dat in de vergelijking van Buschinger geen overlapping van waarden voorkomen. De waarden van L. acervorum werden ter vergelijking opgenomen.
Wat de clypeus betreft, spoort Buschinger aan tot een zekere voorzichtigheid. Ook Seifert geeft de raad meerdere exemplaren uit een nest te vergelijken om tot een juiste uitspraak te komen. Bij L. gredleri is de clypeus in het midden glad en glanzend zonder lengterimpels; in navolging van Mayr wijst Buschinger op een concave indruk. Bij L. muscorum ontbreekt de concave indruk in het midden van de clypeus en is de clypeus hoofdzakelijk glad maar vertoont toch enkele kleine lengterimpels.
|
|||||||