![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Monomorium
pharaonis
(Linnaeus)
Nederlandse naam: faraomier * * * * *
|
|||||||
Deze kosmopoliete mier kreeg van Linnaeus de soortnaam pharaonis omdat hij ten onrechte dacht dat deze mieren behoorden tot de tien plagen die de Egyptische farao in een bijbels verleden kreeg te verwerken. Als de naam dan al enigszins ongefundeerd werd bedacht, doet zij haar reputatie van plaagmier echter alle eer aan.
Deze kleine knoopmier (lengte werkster: 1,9 - 2,5 mm) kan in onze regio maar met 1 andere knoopmier verward worden, namelijk de diefmier of Solenopsis fugax (lengte werkster: 1,4 - 2,5 mm). Met een goede bino stelt men echter vast dat een werkster van de faraomier een sprietzweep heeft met 11 leedjes terwijl de diefmier er maar 9 telt. Deze laatste heeft trouwens ook een duidelijke tweeledige sprietknots die Mayr in 1855 inspireerde om de genusnaam Diplorhoptrum (Gr. diploos: tweevoudig ; roptron: knots) te creëren (Diplorhoptrum fugax is een synoniem van Solenopsis fugax). De diefmier wordt bij ons bovendien in de vrije natuur waargenomen (vaak in de buurt van andere mierennesten) terwijl de verspreiding van de faraomier zich beperkt tot verwarmde gebouwen. De faraomier die afkomstig is uit tropisch Afrika heeft zich over de ganse wereld verspreid en haar aanwezigheid in de vrije natuur wordt enkel beperkt door de temperatuur. Zij volgt hierin het patroon van die andere kosmopoliet, Hypoponera punctatissima die eveneens in de koudere regionen haar onderkomen zoekt in verwarmde gebouwen. In tegenstelling tot de tropische staafmier (die eerder kleine kolonies heeft) kan de faraomier hier echter wel uitgroeien tot een ware plaag en wanneer zij zich eenmaal gevestigd heeft, raakt men ze moeilijk weer kwijt. Hiervoor zijn drie belangrijke oorzaken aan te halen:
* * * * *
Aan de KUL werd door Dieter Eelen de functionele morfologie van de postpharyngeaalklier (PPK) bij de faraomier onderzocht. De PPK is uniek voor de mieren en meerdere studies hebben aangetoond dat de functie van deze exocriene klier veelzijdig is en dat de conclusies van allerlei onderzoeken niet steeds eensluidend zijn. Een logische verklaring is dat de PPK multifunctioneel is waarvan de werking afhankelijk is van de leeftijd, de kaste en de sexuele activiteit. Enkele conclusies:
* * * * *
'
* * * * *
Sporen uitzetten is een van de vele methoden binnen gemeenschappen om te communiceren. Bij de mieren zijn sporen zeer belangrijk bij migratie en foerageren. De ligging van een gevonden voedselbron kan aan de soortgenoten kenbaar gemaakt worden door het aanleggen van een spoorferomoon. Raphaël Jeanson heeft enkele facetten van spoorferomonen onderzocht bij de faraomier. In een proefopstelling zocht hij onder andere hoelang een aangelegd spoor actief blijft en wat de invloed is van het substraat waarop het spoorferomoon werd aangebracht. De invloed van een substraat op het behoud van het feromoon kan in de natuur sterk afwisselen. In zijn onderzoek gebruikte Jeanson twee dragers: krantenpapier en plastiek (plexiglas). Het belangrijkste bestanddeel van het spoorferomoon bij M. pharaonis is faranal en wordt geproduceerd door de Dufourklier. Bij het experiment werd de proefopstelling in de testfase 90° gedraaid om opgeslagen visuele informatie bij de oriëntatie uit te sluiten. In de conclusie stelt Jeanson vast dat het spoorferomoon bij deze soort snel vervalt en dat dit verval afhankelijk is van het substraat waarop het werd afgezet. De 'halfwaardetijd' van het feromoon werd berekend op respectievelijk 3 min en 9 min op papier en plastiek. Het aantal mieren dat het aangelegde spoor volgde was onafhankelijk van het substraat. De korte levensduur van het spoorferomoon bij de faraomier staat in relatie tot de wisselende voedselbron. Soorten die enigszins permanente voedselbronnen bezoeken zoals bladluizenkolonies, creëren ook een langdurend spoorferomoon doordat het voordurend wordt versterkt. De duur van een spoorferomoon van de faraomier komt overeen met die van Linepithema humile of de Argentijnse mier. * * * * *
|
|||||||