FORMICIDAE

 
MYRMICINAE
     
KNOOPMIEREN
 
     
Smith, 1947
 

 

Myrmecina graminicola (Latreille)

Datum van de beschrijving: 1802
Beschreven door: Latreille, pagina(s) 255.
Referentie van de originele beschrijving:

  • Latreille, P.A., 1802. Histoire naturelle des fourmis, et recueil de memoires et d'observations sur les abeilles, les areignées, les faucheurs, et autres insectes., Paris; 445 pp.
Synoniemen:
  • Myrmecina graminicola var. atlantis Santschi
  • Myrmica bidens Foerster
  • Myrmecina graminicola var. grouvellei Bondroit
  • Myrmecina kutteri Forel
  • Myrmecina latreillei Curtis
  • Myrmica striatula Nylander
  • Myrmecina graminicola atlantis Santschi
  • Myrmecina atlantis Santschi

Nederlandse naam: oprolmier

* * * * *

typebeschrijving

La FOURMI GRAMINICOLE. Formica graminicola.

Mulet. .

Rougeâtre ; deux épines coutes à l'extrémité postérieure du corcelet ; premier nœud sans dent inférieure ; premier anneau de l'abdomen noir.

Rubescens ; thorace spinis duabus brevibus, posticis ; nodo priori mutico ; abdominis primo segmento nigro.

m.

Long. 0,004. - r. lig. 2/3

* * * * *

Ga naar homepage Formicidae

 

 
 
 

 

© Bernhard Seifert

In het Duits Versteckte Knotenameise

Ze vormen kleine nesten en leven verborgen onder zware stenen of liefst in een stenige bodem. Hun aanwezigheid manifesteert zich tijdens een bruidsvlucht of ze worden aangetroffen in bodemvallen; de nesten zelf worden zeer zelden gevonden en het bepalen van hun voorkomen dienen we met een zekere reserve te benaderen alhoewel het zeker geen algemene soort is.

De soorten hebben meestal intermorfen (gynomorfen en ergatomorfen). Buschinger geeft de voorkeur aan deze benamingen en vindt interkasten hier geen goede definitie omdat dit eerder betrekking heeft op een duidelijk onderscheid tussen steriele werksters en de productieve gynen, een onderscheid dat bij de intermorfen van M. graminicola niet kan worden gemaakt.