FORMICIDAE

 
MIEREN
     
NIEUWE PUBLICATIES
 
     
 
 

 

Voor meer gegevens van de hier aangehaalde publicaties verwijzen we naar de 'Literatuur'.

Acceptance of two myrmecophilous species, Platyarthrus hoffmannseggii (Isopoda: Oniscidae) and Cyphoderus albinus (Collembola: Cyphoderidae) by the introduced invasive garden ant Lasius neglectus (Hymenoptera: Formicidae) in Belgium. Dekoninck, W., Lock, K. & Janssens, F., 2007.

Advances in ant systematics (Hymenoptera: Formicidae): homage to E.O. Wilson - 50 years of contributions. Roy R. Snelling et al., 2007 - Memoirs of the American Entomological Institute, Volume 80.

A novel exocrine gland in the trochanter of ant legs. - Billen, J.

Bosmieren, roofmieren en dienaarmieren in de Kalmthoutse Heide. - Dekoninck, W., Wouters, M., Adriaens, T. & Maelfait, J.P.

De mierenfauna van enkele kalkgraslanden van Thier de Lanaye en de herontdekking van Lasius Distinguendus in België. - Boer, P., Dekoninck, W. en van Noordwijk, T.

Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. - Seifert, B.

First observation of Myrmica gallienii Bondroit, 1920 for Belgium (Formicidae, Hymenoptera). - Vankerkhoven, F., Evens, J. & Dekoninck, W.

Het inventariseren en monitoren van mieren (Hymenoptera: Formicidae). - Boer, P.

Mieren in het Nationaal Park Hoge Kempen: indicatoren voor stabiele milieus. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

Natuurontwikkeling in Hoegaarden en de effecten op bodembewonende ongewervelden. Lambrechts, J., Stassen, E., Janssen, M. & Vankerkhoven, F.

Nieuws over de Nederlandse mieren (2004-2008) (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

Ongewervelde dieren van versnipperde schrale graslanden in Zuid-Limburg. Mabelis, A. & Verboom, B.

Social insect histology from the nineteenth century: The magnificent pioneer sections of Charles Janet. Billen, J. & Wilson, E.O.

Unieke mierenfauna in de fossiele duinen van Adinkerke. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

* * * * *

Acceptance of two myrmecophilous species, Platyarthrus hoffmannseggii (Isopoda: Oniscidae) and Cyphoderus albinus (Collembola: Cyphoderidae) by the introduced invasive garden ant Lasius neglectus (Hymenoptera: Formicidae) in Belgium. Dekoninck, W., Lock, K. & Janssens, F., 2007.

In dit artikel wordt aandacht geschonken aan de aanwezigheid van de mierenpissebed (Platyarthrus hoffmannseggii) en de springstaart Cyphoderus albinus in een kolonie Lasius neglectus te Gent. De auteurs wijzen erop dat beide mierengasten bij meerdere mierensoorten voorkomen zonder een duidelijke voorkeur.

* * * * *

Advances in ant systematics (Hymenoptera: Formicidae): homage to E.O. Wilson - 50 years of contributions. Roy R. Snelling et al., 2007.

Deze publicatie is een eerbetoon aan E.O. Wilson voor zijn meer dan vijftigjarige toewijding aan de studie van de mieren waarbij de systematiek een bijzondere plaats inneemt. Meerdere auteurs leveren een belangrijke bijdrage waarbij genera van over gans de wereld worden herzien. Zo wordt er bv een determinatiesleutel voor de soorten van het genus Camponotus in Australië opgenomen. Alhoewel in deze publicatie geen soorten worden besproken die bij ons inheems zijn, is een verwijzing hiernaar toch wel gewenst vooral omdat deze bijdragen voor iedereen online toegankelijk zijn! Wat de systematische publicaties betreft, is dit een prachtig initiatief dat zeker navolging verdient. zie www.antbase.org

* * * * *

A novel exocrine gland in the trochanter of ant legs. Billen, J., 2008.

Bij meerdere mierensoorten werd een tot hiertoe onbekende klier gevonden in de trochanter. Deze klier komt zowel voor in de achter-, midden- als voorpoten. De structuur laat verbindingen zien met poriën in de cuticula wat duidt op een uitwendige secretie. Het is dan ook waarschijnlijk dat het hier gaat om een klier die een soort smeermiddel afscheidt voor een soepele wisselwerking tussen trochanter en coxa.

* * * * *

Bosmieren, roofmieren en dienaarmieren in de Kalmthoutse Heide. - Dekoninck, W., Wouters, M., Adriaens, T. & Maelfait, J.P.

Tijdens een studie die werd uitgevoerd in de zomers van 2005-2006, werden vijf verschillende bos- en roofmiersoorten aangetroffen in het Grenspark De Zoom - Kalmthoutse Heide. Er werden 7 nesten van de behaarde bosmier, 4 nesten van de kale bosmier, 5 nesten van de hybride Formica rufa x polyctena, 5 nesten van de zwartrugbosmier en 3 nesten van de bloedrode roofmier gevonden. Bovendien werden er meerdere nesten van het subgenus Serviformica gevonden zodat de potentie voor de bosmieren aanwezig is om nieuwe kolonies te vormen.

* * * * *

De mierenfauna van enkele kalkgraslanden van Thier de Lanaye en de herontdekking van Lasius Distinguendus in België. - Boer, P., Dekoninck, W. en van Noordwijk, T.

In dit artikel worden de mierengemeenschappen van zes delen van het kalkgrasland in Thier de Lanaye te Visé (Prov. Luik) met een verschillende vegetatiesamenstelling, -structuur en expositie besproken. In totaal werden 23 verschillende mierensoorten met bodemvallen ingezameld en tijdens deze studie werd de zeer zeldzame steppenmier Lasius distinguendus (Emery, 1916) na 39 jaar herontdekt in België. Verschillende in relatieve abundanties van enkele dominante soorten en opmerkingen over de habitatpreferenties van de aangetroffen mierengemeenschappen worden aangehaald. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijke invloed van beheer op de aanwezige mierensoorten en de in deze kalkgraslanden waargenomen mierengemeenschappen.

* * * * *

Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Seifert, B.

Het boek van Bernhard Seifert uit 1996, "Ameisen - beobachten, bestimmen." is reeds meerdere jaren niet meer verkrijgbaar. De nieuwe publicatie is niet zo maar een herdruk maar een geheel herwerkte versie. De nieuwste gegevens en inzichten werden opgenomen in de beschrijvingen van de soorten en in de determinatiesleutel. Voor de specialist is dit een onmisbaar werkinstrument.

* * * * *

First observation of Myrmica gallienii Bondroit, 1920 for Belgium (Formicidae, Hymenoptera). Vankerkhoven, F., Evens, J. & Dekoninck, W.

We melden de eerste vondst van de zeggensteekmier Myrmica gallienii Bondroit, 1920 in België in een heideperceel aan de rand van het militair schietveld in Peer (provincie Limburg). We zoemen in op de vindplaats en geven een lijst van de andere mierensoorten die op hetzelfde perceel werden waargenomen. We bespreken hier hoe we M. gallienii van alle andere Belgische Myrmica-soorten kunnen onderscheiden. In een identificatiesleutel geven we bovendien de kenmerken weer die van belang zijn om deze soort te onderscheiden van morfologisch nauw verwante andere bij ons voorkomende Myrmica-soorten. Door toevoeging van M. gallienii aan onze soortenlijst telt de Belgische mierenfauna nu 85 soorten. Op de voorlopige Rode Lijst van mieren van Vlaanderen wordt deze soort in de categorie van met uitsterven bedreigde soorten geplaatst.

* * * * *

Het inventariseren en monitoren van mieren (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

In dit artikel geeft Peter Boer ons een duidelijk overzicht van allerlei vangtechnieken die een inventarisatie van mieren mogelijk maken. Om een volledig overzicht te krijgen van de diversiteit aan mieren in een gekozen gebied is een combinatie van zichtwaarnemingen en de buisvalmethode (of potvalmethode) aangewezen. De ervaring leert dat het gebruik van buisvallen gevuld met vruchtenwijn als lokstof een groot aantal soorten op korte tijd oplevert. Verder leert het artikel ons waar we speciaal moeten op letten om de aanwezigheid van mierennesten vast te stellen.

* * * * *

Mieren in het Nationaal Park Hoge Kempen: indicatoren voor stabiele milieus. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

De opening van het Nationaal Park Hoge Kempen was de aanleiding voor LIKONA om een gans jaarboek te wijden aan de resultaten van allerlei onderzoeken die in recente jaren in dit omvangrijke natuurpark werden uitgevoerd. Grootschalig onderzoek waarbij ook de mieren een doelgroep waren, zijn uitgevoerd op o.a. de Mechelse Heide, de wegbermen langs de E314, de vallei van de Zijpbeek, het mijnterrein van Eisden, het Lanklaarderbos enz. Dit resulteerde in een soortenlijst van 3/5 van onze Vlaamse mierenfauna of maar liefst 34 soorten. Zeldzaamheden zoals de woekermier, de veenmier, de mosslankmier en de sabelmier mogen gerekend worden tot de fauna van het NPHK.

* * * * *

Natuurontwikkeling in Hoegaarden en de effecten op bodembewonende ongewervelden. Lambrechts, J., Stassen, E., Janssen, M. & Vankerkhoven, F.

Binnen het natuurgebied van Velpe-Mene (afdeling van Natuurpunt) werd in Hoegaarden tussen 1 mei 2003 en 6 juni 2004 onderzoek gedaan naar de diversiteit van bodembewonende ongewervelden met als doelgroepen loopkevers, spinnen en mieren. Van de 77 soorten loopkevers die hier werden waargenomen, staan er niet minder dan 17 op de Vlaamse Rode Lijst waarvan er bovendien 3 met uitsterven worden bedreigd. Van de spinnen werden 96 verschillende soorten genoteerd waarvan er eveneens 17 soorten staan vermeld op de Vlaamse Rode Lijst.
Wat de mieren betreft, zijn er 16 verschillende soorten gevonden met twee Rode Lijst-soorten. Zeker te vermelden is de aanwezigheid van Ponera coarctata, Lasius alienus en Tetramorium impurum.

download rapport

* * * * *

Nieuws over de Nederlandse mieren (2004-2008) (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

Peter Boer geeft hier een overzicht weer van de resultaten van 5 jaar mierenonderzoek in Nederland. Sedert 2004 zijn er in Nederland 6 nieuwe soorten gevonden. Twee soorten hiervan, Lasius carniolicus en Myrmica vandeli zijn soorten die misschien ook wel in België kunnen voorkomen. In het artikel worden ook drie soorten aangeduid als 'vervallen'. Hiervan werd Myrmica microrubra in 2006 tot synoniem gesteld van Myrmica rubra (Steiner, 2006) en de status van Lasius myops wordt al een hele tijd als dubieus beschouwd. Verder stelt Peter Boer dat Formica polyctena best als een synoniem van rufa kan worden beschouwd en zal hierover meer duidelijkheid verschaffen in een volgende publicatie. Ook de status van Formica cunicularia/lusatica/rufibarbis blijft aan kritiek onderhevig maar daarvoor willen we verwijzen naar de recente studie van Bernhard Seifert.

* * * * *

Ongewervelde dieren van versnipperde schrale graslanden in Zuid-Limburg. Mabelis, A.A. & Verboom, B.

Versnippering van leefgebieden geldt als één van de oorzaken van het regionaal uitsterven van soorten. Door habitatverlies en de toegenomen weerstand van het landschap voor de verbreiding van individuen is het voor kritische soorten moeilijk of zelfs onmogelijk geworden om leefgebieden waar de soort is verdwenen opnieuw te bevolken vanuit naburige brongebieden. Lokale populaties kunnen daardoor de een na de andere uitsterven. Om dit proces te keren zal moeten worden nagegaan welke maatregelen het meest effectief zijn. Het gaat daarbij niet alleen om het verbreidingsvermogen van karakteristieke soorten in relatie tot de afstand tussen leefgebieden, maar ook om de weerstand van het landschap voor de verbreiding van die soorten. In dit artikel is getracht om het voorkomen van enkele ongewervelde diersoorten (waaronder mieren) in verband te brengen met de grootte en ligging van schrale graslanden in Zuid-Limburg (Nederland).

* * * * *

Social insect histology from the nineteenth century: The magnificent pioneer sections of Charles Janet. Billen, J. & Wilson, E.O., 2008.

Bino's en lichtmicroscopen van de beste kwaliteit, elektronenmicroscopen, gesofistikeerde microtomen, digitale beeldanalyse en wat nog meer staat ons heden ter beschikking om steeds betere waarnemingen en metingen te doen van organismen en structuren waarvan men een paar honderd jaar geleden zelfs het bestaan niet vermoedde. Toch zijn er altijd mensen geweest die net iets meer technische vaardigheden en kunstzinnige gaven hadden dan hun tijdgenoten. Hun oog voor detail dwingt zelfs bij de door onze technische hoogstand verwende onderzoekers een diep respect af. Zo'n buitenbeentje was Charles Janet (1849 - 1932). Van de histologische preparaten die hij maakte van bijen, wespen en mieren werden er door Johan Billen en Edward O. Wilson 91 gedeponeerd in de collecties van het KBIN. In een prachtig geïllustreerd artikel brengen de twee auteurs een eerbetoon aan de persoon en het werk van Charles Janet. Met een uitzonderlijke precisie wist deze Franse onderzoeker de resultaten van zijn histologische bevindingen te illustreren. De naam van C. Janet is bij de meeste mierenliefhebbers waarschijnlijk bekend vanwege zijn plaasteren kunstnesten waarin hij zijn waarnemingen deed.

Aan de in dit artikel vermelde werken van Janet wil ik er nog twee toevoegen uit mijn persoonlijke bibliotheek:

  • Janet, C., 1899. Sur les nerfs céphaliques, les corpora allata et le tentorium de la fourmi (Myrmica rubra L.). Extrait des Mémoires de la Société Zoologique de France, Tome XII, 295 - 337. (zie afbeelding)
  • Janet, C., 1905. Anatomie de la tête du Lasius niger. Limoges, imprimerie Ducourtieux et Gout. 40 p. & 5 pl.

Charles Janet roept de herinnering op aan een andere pionier van de histologie, Santiago Ramón y Cajal. Deze Spaanse arts (1852-1934 : tijdgenoot van C. Janet) verrichte baanbrekend werk in de neurologie. Voor de vervaardiging van zijn microscopische preparaten maakte deze onderzoeker gebruik van de Golgikleuring. Samen met Golgi kreeg hij in 1906 de Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie.

* * * * *

Unieke mierenfauna in de fossiele duinen van Adinkerke. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F., 2007.

Tijdens een onderzoek dat in 2006 werd uitgevoerd binnen Aeolus in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos werden gedurende zeven maanden ongewervelden met bodemvallen verzameld. Van de 19 soorten mieren die hier werden aangetroffen vermelden we vooral de woekermier, de kleinoogweidemier en de behaarde bosmier.

Rechtzetting:

Door een onnauwkeurige interpretatie van een 'stip' op de verspreidingskaart van Vlaanderen staat in dit artikel dat de behaarde bosmier (Formica rufa) werd waargenomen in het Wijnendalebos in West-Vlaanderen. Dit is dus niet het geval en wij verontschuldigen ons voor deze uitschieter.

* * * * *

Ga naar homepage Formicidae