De mieren (Formicidae) van Vlaanderen.

 

Inleiding


Atlas Vlaanderen

Blauwtjes

Bosmieren

Checklist

Collectie

Communicatie

Curiosa

Databank

Determinatiesleutel

Fiches

Focus op ...

Fossielen

Gynandromorfen

Koloniestichting

Laatste update

Lieveheersbeestjes

Links

Literatuur

Mierenhandel

Nieuwe soort

Nieuwe publicaties

Wenst u op de hoogte gesteld te worden van de laatste wijzigingen? Stuur ons een mailtje met uw verzoek.

Plantenluizen

Projecten

Symbiose

Taxonomen

Werkgroep

home

Nieuwe publicaties.

Voor meer gegevens van de hier aangehaalde publicaties verwijzen we naar de 'Literatuur'.

A misunderstood instance of teratology in Belgian Leptothorax acervorum (Fabricius, 1793) (Hymenoptera, Formicidae) from the Bondroit collection. Dekoninck, W., Vankerkhoven, F. & A. Buschinger.

A well preserved fossil ant in Baltic amber of the enigmatic genus Gesomyrmex MAYR, 1868 (Hymenoptera: Formicidae). Vankerkhoven, F., Henderickx, H. & Dekoninck, W.

Acceptance of two myrmecophilous species, Platyarthrus hoffmannseggii (Isopoda: Oniscidae) and Cyphoderus albinus (Collembola: Cyphoderidae) by the introduced invasive garden ant Lasius neglectus (Hymenoptera: Formicidae) in Belgium. Dekoninck, W., Lock, K. & Janssens, F., 2007.

Advances in ant systematics (Hymenoptera: Formicidae): homage to E.O. Wilson - 50 years of contributions. Roy R. Snelling et al., 2007 - Memoirs of the American Entomological Institute, Volume 80.

A novel exocrine gland in the trochanter of ant legs. - Billen, J.

Anochetus madagascarensis Forel, 1887 found in Madagascan copal (Hymenoptera: Formicidae). Vankerkhoven, F., Henderickx, H. & Dekoninck, W.

Areaaluitbreiding en genetische verwantschapsanalyse bij de thermofiele mierensoort, Lasius emarginatus (Olivier, 1792).

Bosmieren, roofmieren en dienaarmieren in de Kalmthoutse Heide. - Dekoninck, W., Wouters, M., Adriaens, T. & Maelfait, J.P.

De mierenfauna van enkele kalkgraslanden van Thier de Lanaye en de herontdekking van Lasius Distinguendus in België. - Boer, P., Dekoninck, W. en van Noordwijk, T.

Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. - Seifert, B.

First observation of Myrmica gallienii Bondroit, 1920 for Belgium (Formicidae, Hymenoptera). - Vankerkhoven, F., Evens, J. & Dekoninck, W.

Formica truncorum Fabricius, 1804 une nouvelle espèce pour la myrmécofaune belge (Hymenoptera Formicidae). - Wegnez P., Ignace D., De Greef S. & Durieux G.

Het inventariseren en monitoren van mieren (Hymenoptera: Formicidae). - Boer, P.

Mieren in het Nationaal Park Hoge Kempen: indicatoren voor stabiele milieus. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

Natuurontwikkeling in Hoegaarden en de effecten op bodembewonende ongewervelden. Lambrechts, J., Stassen, E., Janssen, M. & Vankerkhoven, F.

Csösz_2012 Nematode infection as significant source of unjustified taxonomic descriptions in ants (Hymenoptera: Formicidae). Csösz, S.

Nieuws over de Nederlandse mieren (2004-2008) (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

Observation of Stenamma westwoodii Westwood, 1839 in Belgium (Formicidae, Hymenoptera); a species of European concern. Vankerkhoven, F., Berwaerts, K, Jacobs, M. & Dekoninck, W.

Observations récentes de la fourmi Formicoxenus nitidulus (Nylander, 1846) en Belgique et en France (Hymenoptera Formicidae). Wegnez, P., De Greef, S., Degache, C., Ignace, D. & Dekoninck, W.

Ongewervelde dieren van versnipperde schrale graslanden in Zuid-Limburg. Mabelis, A. & Verboom, B.

Ponera testacea (Emery, 1895) (Hym.: Formicidae) new to Britain from Dungeness, East Kent. Attewell P. J., Collingwood C. A. & Godfrey A.

Present concervation status of red wood ants in north-western Belgium: Worse than previously, but not a lost cause. - Dekoninck W., Hendrickx F., Grootaert P. & Maelfait J.P.

Records of a new pest ant species in Belgium, Technomyrmex vitiensis Mann, 1921. - Dekoninck, W., Ignace, D. & P. Wegnez.

Rediscovery of the parasitic ant Myrmica karavajevi (Arnoldi, 1930) in Belgium (Formicidae, Hymenoptera). - Vankerkhoven, F., Vanstraelen, Z. & Dekoninck, W.

Risicoanalyse van de plaagmier Lasius neglectus. - A.J. van Loon

Social insect histology from the nineteenth century: The magnificent pioneer sections of Charles Janet. Billen, J. & Wilson, E.O.

Unieke mierenfauna in de fossiele duinen van Adinkerke. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

* * * * *

A misunderstood instance of teratology in Belgian Leptothorax acervorum (Fabricius, 1793) (Hymenoptera, Formicidae) from the Bondroit collection. Dekoninck, W., Vankerkhoven, F. & A. Buschinger. top

Bij een controle van de Belgische mierencollectie in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen vonden we in een supplementaire collectie van Bondroit een werkster met een typelabel "Mychothorax arduennensis". Deze soort werd door Bondroit echter nooit beschreven. De morfologie van deze werkster week sterk af van haar meest gelijkende soort Leptothorax acervorum (Fabricius, 1893) waarvan we enkele exemplaren ter vergelijking onderzochten. Verder onderzoek van het exemplaar en vergelijking met andere atypische exemplaren van L. acervorum die werden gevonden in Duitsland toonde aan dat deze afwijkend gevormde werkster niet een nieuwe parasitaire soort Mychothorax-Leptothorax is, zoals door Bondroit werd verondersteld maar beschouwd moet worden als een geval van teratologie van Leptothorax acervorum in België.

* * * * *

A well preserved fossil ant in Baltic amber of the enigmatic genus Gesomyrmex MAYR, 1868 (Hymenoptera: Formicidae). Vankerkhoven, F., Henderickx, H. & Dekoninck, W. top

Het genus Gesomyrmex werd door MAYR (1868) beschreven aan de hand van een fossiele mier in Baltisch amber. Naast een paar andere fossiele soorten, kennen we momenteel slechts 7 levende soorten die verspreid voorkomen in Zuidoost-Azie waarvan er 1 onbeschreven soort aanwezig is in de collectie van de California Academy of Science. Een fossiele mier in een stuk Baltisch amber uit de collectie van de tweede auteur, identificeerden we als Gesomyrmex cf. hoernesi MAYR, 1868.

* * * * *

Acceptance of two myrmecophilous species, Platyarthrus hoffmannseggii (Isopoda: Oniscidae) and Cyphoderus albinus (Collembola: Cyphoderidae) by the introduced invasive garden ant Lasius neglectus (Hymenoptera: Formicidae) in Belgium. Dekoninck, W., Lock, K. & Janssens, F., 2007.

In dit artikel wordt aandacht geschonken aan de aanwezigheid van de mierenpissebed (Platyarthrus hoffmannseggii) en de springstaart Cyphoderus albinus in een kolonie Lasius neglectus te Gent. De auteurs wijzen erop dat beide mierengasten bij meerdere mierensoorten voorkomen zonder een duidelijke voorkeur.

* * * * *

Advances in ant systematics (Hymenoptera: Formicidae): homage to E.O. Wilson - 50 years of contributions. Roy R. Snelling et al., 2007. top

Deze publicatie is een eerbetoon aan E.O. Wilson voor zijn meer dan vijftigjarige toewijding aan de studie van de mieren waarbij de systematiek een bijzondere plaats inneemt. Meerdere auteurs leveren een belangrijke bijdrage waarbij genera van over gans de wereld worden herzien. Zo wordt er bv een determinatiesleutel voor de soorten van het genus Camponotus in Australië opgenomen. Alhoewel in deze publicatie geen soorten worden besproken die bij ons inheems zijn, is een verwijzing hiernaar toch wel gewenst vooral omdat deze bijdragen voor iedereen online toegankelijk zijn! Wat de systematische publicaties betreft, is dit een prachtig initiatief dat zeker navolging verdient. zie www.antbase.org

* * * * *

A novel exocrine gland in the trochanter of ant legs. Billen, J., 2008.

Bij meerdere mierensoorten werd een tot hiertoe onbekende klier gevonden in de trochanter. Deze klier komt zowel voor in de achter-, midden- als voorpoten. De structuur laat verbindingen zien met poriën in de cuticula wat duidt op een uitwendige secretie. Het is dan ook waarschijnlijk dat het hier gaat om een klier die een soort smeermiddel afscheidt voor een soepele wisselwerking tussen trochanter en coxa.

* * * * *

Anochetus madagascarensis Forel, 1887 found in Madagascan copal (Hymenoptera: Formicidae). Vankerkhoven, F., Henderickx, H. & Dekoninck, W.

De acht fosiele soorten van het genus Anochetus die tot hiertoe werden beschreven, werden allemaal gevonden in Dominicaans amber. Uit de collectie van de tweede auteur belichten we drie sub-fossiele exemplaren uit Madagascisch copal en identificeren ze als de nog levende soort Anochetus madagascarensis.

* * * * *

Areaaluitbreiding en genetische verwantschapsanalyse bij de thermofiele mierensoort, Lasius emarginatus (Olivier, 1792). Vandenplas, S., 2010.

Lasius emargiantus is een thermofiele mierensoort die van nature voorkomt in regio's van West - en Centraal-Europa met een eerder warm, Mediteraan klimaat. We melden hier de noordelijke uitbreiding van het areaal in West-Vlaanderen (België) sinds 2002. De nesten van L. emarginatus werden aangetroffen in antropogene habitatten meer bepaald rond kerken en in oude kalkrijke stenen muren. Typisch voor dit habitat was de aanwezigheid van Asplenium ruta-muraria en Senecio vulgaris. De nesten werden meestal gevonden langs de zuid- en westkant van de kerk waar direct invallend zonlicht het hoogst is. Voorlopig onderzoek naar de genetische verwantschap aan de hand van microsatellieten bevestigt dat L. emarginatus een monogyne, monandrische soort is, die snel en in willekeurige richting nieuwe sites met geschikte microklimatologische omstandigheden koloniseert. Een grootschalige nieuwe bemonstering van deze antropogene habitatten en een verder diepgaande analyse van de genetische verwantschap in de nabije toekomst kan nieuwe inzichten verschaffen in de patronen van de noordelijke areaaluitbreiding van deze soort alsook informatie opleveren over de potentiële impact van van deze soort op de locale fauna en flora.

* * * * *

Bosmieren, roofmieren en dienaarmieren in de Kalmthoutse Heide. - Dekoninck, W., Wouters, M., Adriaens, T. & Maelfait, J.P.

Tijdens een studie die werd uitgevoerd in de zomers van 2005-2006, werden vijf verschillende bos- en roofmiersoorten aangetroffen in het Grenspark De Zoom - Kalmthoutse Heide. Er werden 7 nesten van de behaarde bosmier, 4 nesten van de kale bosmier, 5 nesten van de hybride Formica rufa x polyctena, 5 nesten van de zwartrugbosmier en 3 nesten van de bloedrode roofmier gevonden. Bovendien werden er meerdere nesten van het subgenus Serviformica gevonden zodat de potentie voor de bosmieren aanwezig is om nieuwe kolonies te vormen.

* * * * *

De mierenfauna van enkele kalkgraslanden van Thier de Lanaye en de herontdekking van Lasius Distinguendus in België. - Boer, P., Dekoninck, W. en van Noordwijk, T.

In dit artikel worden de mierengemeenschappen van zes delen van het kalkgrasland in Thier de Lanaye te Visé (Prov. Luik) met een verschillende vegetatiesamenstelling, -structuur en expositie besproken. In totaal werden 23 verschillende mierensoorten met bodemvallen ingezameld en tijdens deze studie werd de zeer zeldzame steppenmier Lasius distinguendus (Emery, 1916) na 39 jaar herontdekt in België. Verschillende in relatieve abundanties van enkele dominante soorten en opmerkingen over de habitatpreferenties van de aangetroffen mierengemeenschappen worden aangehaald. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijke invloed van beheer op de aanwezige mierensoorten en de in deze kalkgraslanden waargenomen mierengemeenschappen.

* * * * *

Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Seifert, B.

Het boek van Bernhard Seifert uit 1996, "Ameisen - beobachten, bestimmen." is reeds meerdere jaren niet meer verkrijgbaar. De nieuwe publicatie is niet zo maar een herdruk maar een geheel herwerkte versie. De nieuwste gegevens en inzichten werden opgenomen in de beschrijvingen van de soorten en in de determinatiesleutel. Voor de specialist is dit een onmisbaar werkinstrument.

* * * * *

First observation of Myrmica gallienii Bondroit, 1920 for Belgium (Formicidae, Hymenoptera). Vankerkhoven, F., Evens, J. & Dekoninck, W.

We melden de eerste vondst van de zeggensteekmier Myrmica gallienii Bondroit, 1920 in België in een heideperceel aan de rand van het militair schietveld in Peer (provincie Limburg). We zoemen in op de vindplaats en geven een lijst van de andere mierensoorten die op hetzelfde perceel werden waargenomen. We bespreken hier hoe we M. gallienii van alle andere Belgische Myrmica-soorten kunnen onderscheiden. In een identificatiesleutel geven we bovendien de kenmerken weer die van belang zijn om deze soort te onderscheiden van morfologisch nauw verwante andere bij ons voorkomende Myrmica-soorten. Door toevoeging van M. gallienii aan onze soortenlijst telt de Belgische mierenfauna nu 85 soorten. Op de voorlopige Rode Lijst van mieren van Vlaanderen wordt deze soort in de categorie van met uitsterven bedreigde soorten geplaatst.

* * * * *

Formica truncorum Fabricius, 1804 une nouvelle espèce pour la myrmécofaune belge (Hymenoptera Formicidae). Wegnez P., Ignace D., De greef S. & Durieux G.

Formica truncorum Fabricius, 1804 werd voor de eerste keer in België waargenomen op 13 september 2009 in de gemeente Burg-Reuland (provincie Luik). Deze soort die tot de Formica rufa groep of de bosmieren behoort, sticht dikwijls een nieuwe kolonie als temporair sociaalparasiet van Formica fusca. Het artikel geeft een beschrijving van het biotoop, enige informatie over de biologie alsook een lijst van andere soorten mieren die in de omgeving werden gevonden.

* * * * *

Het inventariseren en monitoren van mieren (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

In dit artikel geeft Peter Boer ons een duidelijk overzicht van allerlei vangtechnieken die een inventarisatie van mieren mogelijk maken. Om een volledig overzicht te krijgen van de diversiteit aan mieren in een gekozen gebied is een combinatie van zichtwaarnemingen en de buisvalmethode (of potvalmethode) aangewezen. De ervaring leert dat het gebruik van buisvallen gevuld met vruchtenwijn als lokstof een groot aantal soorten op korte tijd oplevert. Verder leert het artikel ons waar we speciaal moeten op letten om de aanwezigheid van mierennesten vast te stellen.

* * * * *

Mieren in het Nationaal Park Hoge Kempen: indicatoren voor stabiele milieus. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F.

De opening van het Nationaal Park Hoge Kempen was de aanleiding voor LIKONA om een gans jaarboek te wijden aan de resultaten van allerlei onderzoeken die in recente jaren in dit omvangrijke natuurpark werden uitgevoerd. Grootschalig onderzoek waarbij ook de mieren een doelgroep waren, zijn uitgevoerd op o.a. de Mechelse Heide, de wegbermen langs de E314, de vallei van de Zijpbeek, het mijnterrein van Eisden, het Lanklaarderbos enz. Dit resulteerde in een soortenlijst van 3/5 van onze Vlaamse mierenfauna of maar liefst 34 soorten. Zeldzaamheden zoals de woekermier, de veenmier, de mosslankmier en de sabelmier mogen gerekend worden tot de fauna van het NPHK.

* * * * *

Natuurontwikkeling in Hoegaarden en de effecten op bodembewonende ongewervelden. Lambrechts, J., Stassen, E., Janssen, M. & Vankerkhoven, F.

Binnen het natuurgebied van Velpe-Mene (afdeling van Natuurpunt) werd in Hoegaarden tussen 1 mei 2003 en 6 juni 2004 onderzoek gedaan naar de diversiteit van bodembewonende ongewervelden met als doelgroepen loopkevers, spinnen en mieren. Van de 77 soorten loopkevers die hier werden waargenomen, staan er niet minder dan 17 op de Vlaamse Rode Lijst waarvan er bovendien 3 met uitsterven worden bedreigd. Van de spinnen werden 96 verschillende soorten genoteerd waarvan er eveneens 17 soorten staan vermeld op de Vlaamse Rode Lijst.
Wat de mieren betreft, zijn er 16 verschillende soorten gevonden met twee Rode Lijst-soorten. Zeker te vermelden is de aanwezigheid van Ponera coarctata, Lasius alienus en Tetramorium impurum.

download rapport

* * * * *

Nematode infection as significant source of unjustified taxonomic descriptions in ants (Hymenoptera: Formicidae). Csösz, S. nieuwe publicaties

Heel wat taxa werden beschreven aan de hand van een enkel exemplaar; het is echter bekend dat er verschillende factoren zijn die het fenotype kunnen beïnvloeden hetgeen vragen opwerpt over de juistheid van taxa die ooit maar eenmaal werden gevonden. Het was de bedoeling van het hier beschreven onderzoek om aandacht te schenken aan één van de factoren die als oorzaak kunnen worden aangewezen van zo'n eens-enig taxon; het parasitogene fenotype.

Csösz maakte gebruik van niet-invasieve observatie door middel van X-stralen microtomografie, waarbij meteen de aanwezigheid van Mermithide nematoden in het gaster van sommige type-exemplaren kan worden aangetoond. Bij twee van de drie eens-enige Myrmica taxa werd hierdoor bevestigd dat zij werden beschreven op basis van mermithogene fenotypen. Microtomografische beelden laten zien dat M. symbiotica (Menozzi, 1925) werd beschreven op basis van een mermithogeen fenotype; vandaar dat Csösz hier junior synonimie met M. scabrinodis Nylander, 1846 voorstelt. De reeds eerder vastgestelde mermithide besmetting bij het holotype M. myrmecophila Wasmann, 1910 en synonimie met M. sulcinodis Nylander, 1846 wordt bevestigd. Alhoewel bij het holotype Myrmica schenckioides Boer & Noordijk, 2005 geen besmetting werd aangetoond, laten de afwijkende kenmerken van het type-exemplaar vermoeden dat het een geval van teratologie is.

* * * * *

Nieuws over de Nederlandse mieren (2004-2008) (Hymenoptera: Formicidae). Boer, P.

Peter Boer geeft hier een overzicht weer van de resultaten van 5 jaar mierenonderzoek in Nederland. Sedert 2004 zijn er in Nederland 6 nieuwe soorten gevonden. Twee soorten hiervan, Lasius carniolicus en Myrmica vandeli zijn soorten die misschien ook wel in België kunnen voorkomen. In het artikel worden ook drie soorten aangeduid als 'vervallen'. Hiervan werd Myrmica microrubra in 2006 tot synoniem gesteld van Myrmica rubra (Steiner, 2006) en de status van Lasius myops wordt al een hele tijd als dubieus beschouwd. Verder stelt Peter Boer dat Formica polyctena best als een synoniem van rufa kan worden beschouwd en zal hierover meer duidelijkheid verschaffen in een volgende publicatie. Ook de status van Formica cunicularia/lusatica/rufibarbis blijft aan kritiek onderhevig maar daarvoor willen we verwijzen naar de recente studie van Bernhard Seifert.

* * * * *

Observation of Stenamma westwoodii Westwood, 1839 in Belgium (Formicidae, Hymenoptera); a species of European concern. Vankerkhoven, F., Berwaerts, K, Jacobs, M. & Dekoninck, W.

Van eind april tot eind oktober 2008 werd met zeven reeksen van drie bodemvallen en een Malaiseval een inventaris van de bodeminvertebraten gemaakt van een grasland op het militair domein, Opleidingscentrum voor Parachutage in Schaffen (provincie Vlaams-Brabant - Belgie). Tijdens deze staalname verzamelden we in totaal 21 mierensoorten. Aan de rand van het domein plaatsten we een Malaiseval waarmee we vijf exemplaren konden inzamelen van de zeer zeldzame mier Stenamma westwoodii WESTWOOD, 1839 (tot op heden slechts 4 records in Belgie). We bespreken de identificatie en ecologie van deze zelden waargenomen soort en gaan dieper in op de mierengemeenschap die we aantroffen.

* * * * *

Observations récentes de la fourmi Formicoxenus nitidulus (Nylander, 1846) en Belgique et en France (Hymenoptera Formicidae). Wegnez, P., De Greef, S., Degache, C., Ignace, D. & Dekoninck, W.

Formicoxenus nitidulus behoort tot de subfamilie Myrmicinae en is de enige soort van het genus in Europa. Het zijn kleine discrete miertjes die een sterke band hebben met de mieren uit de Formica rufa groep en die als zeldzaam wordt genoteerd voor België en ook Frankrijk. Gedurende een halve eeuw werd de soort niet meer waargenomen in België (corr. Engsbergen (Limburg) 21-06-2000) of in Frankrijk maar de recente inventarisaties leverden toch meerdere vindplaatsen van F. nitidulus op in beide landen. Wij geven hier een lijst mee van de gevonden locaties en de biologie en het gedrag van de soort wordt besproken.

Ongewervelde dieren van versnipperde schrale graslanden in Zuid-Limburg. Mabelis, A.A. & Verboom, B.

Versnippering van leefgebieden geldt als één van de oorzaken van het regionaal uitsterven van soorten. Door habitatverlies en de toegenomen weerstand van het landschap voor de verbreiding van individuen is het voor kritische soorten moeilijk of zelfs onmogelijk geworden om leefgebieden waar de soort is verdwenen opnieuw te bevolken vanuit naburige brongebieden. Lokale populaties kunnen daardoor de een na de andere uitsterven. Om dit proces te keren zal moeten worden nagegaan welke maatregelen het meest effectief zijn. Het gaat daarbij niet alleen om het verbreidingsvermogen van karakteristieke soorten in relatie tot de afstand tussen leefgebieden, maar ook om de weerstand van het landschap voor de verbreiding van die soorten. In dit artikel is getracht om het voorkomen van enkele ongewervelde diersoorten (waaronder mieren) in verband te brengen met de grootte en ligging van schrale graslanden in Zuid-Limburg (Nederland).

* * * * *

Ponera testacea (Emery, 1895) (Hym.: Formicidae) new to Britain from Dungeness, East Kent. Attewell P. J., Collingwood C. A. & Godfrey A., 2010 - Entomologist's Rec. J. Var. 122: 113-119.

Ponera testacea werd voor het eerst waargenomen in Groot-Brittannië op de oostkust van het graafschap Kent. Het artikel gaat in op de morfologische en morfometrische determinatiekenmerken van deze soort en hierbij wordt de vergelijking gemaakt met Ponera coarctata. De verspreiding van deze soort in Europa wordt besproken. Het artikel bevat enkele duidelijke foto's van zowel P. testacea als P. coarctata.

* * * * *

Present concervation status of red wood ants in north-western Belgium: Worse than previously, but not a lost cause. - Dekoninck W., Hendrickx F., Grootaert P. & Maelfait J.P.

De laatste 20 jaar is het aantal kolonies van de rode bosmieren (Formica rufa groep) in het noordwesten van België met meer dan de helft afgenomen. In het bestudeerde gebied van 20 × 50 km vinden we momenteel nog 36 kolonies van twee soorten rode bosmieren (Formica rufa en F. polyctena). De beide soorten vormen zowel monodome als polydome kolonies. Monodome kolonies van F. rufa komen voor in grote open bossen met voornamelijk Pinus sylvestris. De andere drie typen van de rode bosmier (de polydome F. rufa en de mono- en polydome F. polyctena) vinden we vooral in meer open gebieden en langs de rand van kleinere percelen loofbos of gemengde bossen. Er zijn meerdere oorzaken voor de achteruitgang van de rode bosmieren. De verstoring van hun habitat kent meerdere oorzaken: toename van de schaduw door overgroeiing van het nest, de nabijheid van intensieve landbouw, urbanisatie en recreatie. Door de achteruitgang van het habitat kunnen ook de nesten van de mieren van Serviformica verdwijnen waardoor herkolonisatie door de rode bosmieren zo goed als uitgesloten is. Om de populaties van de rode bosmieren te kunnen behouden zijn dringend maatregelen nodig vooral in gebieden waar niet aan natuurbeheer wordt gedaan. Er dient te worden ingegrepen om meer open structuren in de bossen te brengen zodat het schaduweffect wordt verminderd; de invloed van de intensieve landbouw dient te worden ingeperkt net als die van de urbanisatie en de recreatie. Om dit te coördineren, is een gericht beleid noodzakelijk.

* * * * *

Records of a new pest ant species in Belgium, Technomyrmex vitiensis Mann, 1921. - Dekoninck, W., Ignace, D. & P. Wegnez.

Voor België worden de eerste gegevens gemeld van Technomyrmex vitiensis Mann, 1921. In februari 2008 werden werksters van deze soort gevangen in een serre van de Zoo Paradisio. In januari 2009 werden werksters van deze soort waargenomen in drie serres van de Plantentuin van de Gentse Universiteit. Daar zorgen uitgebreide kolonies van T. vitiensis voor problemen door het houden van bladluizen. Waarschijnlijk komen dezelfde problemen ook voor in andere Plantentuinen in België. In dit artikel wordt aandacht geschonken aan de geografische verspreiding van deze soort, aan het herkennen van de soort, aan het gedrag en de koloniestructuur. Waarschijnlijk wordt de verspreiding van de soort in de hand gewerkt door uitwisseling van planten tussen verschillende serres en het is zeer waarschijnlijk dat er van T. vitiensis nog meerdere meldingen zullen volgen.

* * * * *

Rediscovery of the parasitic ant Myrmica karavajevi (Arnoldi, 1930) in Belgium (Formicidae, Hymenoptera). - Vankerkhoven, F., Vanstraelen, Z. & Dekoninck, W.

De sociaalparasitaire mier, Myrmica karavajevi Arnoldi, 1930 werd voor het eerst in België waargenomen in 1951 in de Hoge Venen. Ondanks meerdere inventarisaties de laatste paar decennia in België, waarbij intensief naar algemene maar ook zeldzame mieren werd gezocht , werd deze soort niet meer waargenomen. Tijdens een recente studie naar de diversiteit van ongewervelden op het “traject Noord-Zuid” werd Myrmica karavajevi gevonden te Houthalen.

* * * * *

Risicoanalyse van de plaagmier Lasius neglectus. - A.J. van Loon.

De plaagmier Lasius neglectus Van Loon, Boomsma & Andrásfalvy, 1990 werd in de vroege jaren 1970 ontdekt en beschreven van Boedapest (Hongarije). De mier is inmiddels op een groot aantal plekken in Europa en Voor-Azië gevonden en gedraagt zich soms invasief. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied is onbekend, mogelijk de omgeving van de Zwarte en Kaspische Zee. Uit Europa worden jaarlijks nieuwe vindplaatsen bekend, maar uit Nederland was de soort nog niet bekend. De mier is uitsluitend aangetroffen in verstoorde stedelijke en halfstedelijke milieus in parken, tuinen, kassen en langs straten en boulevards. In natuurgebieden is L. neglectus vooralsnog niet vastgesteld, ook niet in het buitenland. Lasius neglectus kan overlast bezorgen in de stedelijke omgeving en ook invloed hebben op de lokale biodiversiteit. Dit was aanleiding voor Team Invasieve Exoten om aan EIS-Nederland de opdracht te verstrekken een risicoanalyse op te stellen voor de plaagmier.
Het onderzoek leverde een verrassend resultaat op: L. neglectus blijkt al decennialang aanwezig in ten minste vijf gemeenten in Nederland, met de eerste melding al in 1978. De determinaties worden ondersteund door DNA-analyses.
Een zeer opvallend gedrag van de werksters is het in zeer grote aantallen op en neer lopen langs boomstammen, van en naar grote bladluizenkolonies die in bomen worden ‘gehouden’ en waarvan honingdauw wordt betrokken. Dit levert soms overlast op, omdat geparkeerde auto’s besmeurd raken met honingdauw, die uit de bomen naar beneden drupt.
Lasius neglectus kan zichzelf slecht verbreiden middels bruidsvluchten en de puntsgewijze vestigingen op alle vindplaatsen in Europa zijn ongetwijfeld het gevolg van onbedoeld transport door de mens met (pot)planten, grond en dergelijke. Eenmaal gevestigd kan de populatie lokaal uitgroeien tot een superkolonie met honderden tot duizenden eierleggende koninginnen die tot overlast (werksters en nesten in en om het huis) en schade (bestrijding, verzakking van tegels, kortsluitingen) in huizen en andere gebouwen kan leiden. Eliminatie van zo’n kolonie blijkt in de praktijk onmogelijk.
In het buitenland is een duidelijk negatief effect van de aanwezigheid van L. neglectus vastgesteld op de diversiteit van de mierenfauna en andere bodemfauna en in enkele gevallen een positieve invloed op de aantallen bladluizen in bomen.
Tussen de eigenlijke introductie en de ontdekking van de aanwezigheid kunnen enkele tientallen jaren zitten, omdat de populatie dan pas zo groot wordt dat ze overlast gaat veroorzaken. Bovendien lijkt de soort in uiterlijk en gedrag (bv. graafactiviteiten onder trottoirs en terrassen) veel op de algemeen voorkomende wegmier L. niger. Dat maakt tijdige signalering, voorkómen van vestiging en eliminatie vrijwel onmogelijk. Bestrijding van extreme overlast (binnen gebouwen en door het verhinderen van toegang tot gebouwen) zal in de meeste gevallen uiteindelijk de enige optie zijn.
De conclusie van deze risicoanalyse is dat L. neglectus reeds lange tijd gevestigd is in ons land en waarschijnlijk op meer plaatsen in ons land voorkomt. Het is naar alle waarschijnlijkheid onmogelijk om de populaties te elimineren en inperking van de overlast is dan ook de enige optie. Wel zouden maatregelen kunnen worden getroffen om verdere introducties te voorkomen door extra controle van vervoer van potplanten. Ook verdient het aanbeveling om bijvoorbeeld tuincentra, importeurs van plantenmateriaal, botanische tuinen, hoveniersbedrijven en ongediertebestrijders goed te informeren over deze soort.

* * * * *

Social insect histology from the nineteenth century: The magnificent pioneer sections of Charles Janet. Billen, J. & Wilson, E.O., 2008.

Bino's en lichtmicroscopen van de beste kwaliteit, elektronenmicroscopen, gesofistikeerde microtomen, digitale beeldanalyse en wat nog meer staat ons heden ter beschikking om steeds betere waarnemingen en metingen te doen van organismen en structuren waarvan men een paar honderd jaar geleden zelfs het bestaan niet vermoedde. Toch zijn er altijd mensen geweest die net iets meer technische vaardigheden en kunstzinnige gaven hadden dan hun tijdgenoten. Hun oog voor detail dwingt zelfs bij de door onze technische hoogstand verwende onderzoekers een diep respect af. Zo'n buitenbeentje was Charles Janet (1849 - 1932). Van de histologische preparaten die hij maakte van bijen, wespen en mieren werden er door Johan Billen en Edward O. Wilson 91 gedeponeerd in de collecties van het KBIN. In een prachtig geïllustreerd artikel brengen de twee auteurs een eerbetoon aan de persoon en het werk van Charles Janet. Met een uitzonderlijke precisie wist deze Franse onderzoeker de resultaten van zijn histologische bevindingen te illustreren. De naam van C. Janet is bij de meeste mierenliefhebbers waarschijnlijk bekend vanwege zijn plaasteren kunstnesten waarin hij zijn waarnemingen deed.

Aan de in dit artikel vermelde werken van Janet wil ik er nog twee toevoegen uit mijn persoonlijke bibliotheek:

  • Janet, C., 1899. Sur les nerfs céphaliques, les corpora allata et le tentorium de la fourmi (Myrmica rubra L.). Extrait des Mémoires de la Société Zoologique de France, Tome XII, 295 - 337. (zie afbeelding)

  • Janet, C., 1905. Anatomie de la tête du Lasius niger. Limoges, imprimerie Ducourtieux et Gout. 40 p. & 5 pl.

Charles Janet roept de herinnering op aan een andere pionier van de histologie, Santiago Ramón y Cajal. Deze Spaanse arts (1852-1934 : tijdgenoot van C. Janet) verrichte baanbrekend werk in de neurologie. Voor de vervaardiging van zijn microscopische preparaten maakte deze onderzoeker gebruik van de Golgikleuring. Samen met Golgi kreeg hij in 1906 de Nobelprijs voor geneeskunde en fysiologie.

* * * * *

Unieke mierenfauna in de fossiele duinen van Adinkerke. Lambrechts, J. & Vankerkhoven, F., 2007.

Tijdens een onderzoek dat in 2006 werd uitgevoerd binnen Aeolus in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos werden gedurende zeven maanden ongewervelden met bodemvallen verzameld. Van de 19 soorten mieren die hier werden aangetroffen vermelden we vooral de woekermier, de kleinoogweidemier en de behaarde bosmier.

Rechtzetting:

Door een onnauwkeurige interpretatie van een 'stip' op de verspreidingskaart van Vlaanderen staat in dit artikel dat de behaarde bosmier (Formica rufa) werd waargenomen in het Wijnendalebos in West-Vlaanderen. Dit is dus niet het geval en wij verontschuldigen ons voor deze uitschieter.

* * * * *