![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Stenamma Westwood
Nederlandse naam: drentelmieren * * * * *
|
|||||||
De eerste drentelmieren die in België (en Nederland) werden waargenomen, kregen de naam Stenamma westwoodii mee. Nauwkeuriger determinaties van latere vondsten, toonden aan dat Stenamma debile de algemene soort is en er slechts in een zeldzaam geval S. westwoodii wordt aangetroffen. S. westwoodii komt dan ook enkel voor in België, Nederland en het zuiden van Engeland. In 1993 heeft DuBois aangetoond dat er in Engeland wel degelijk twee verschillende goede soorten sympatrisch voorkomen namelijk S. westwoodii en S. debile. Hij gaat daarbij in op de foutieve beoordeling van Kutter In de soort-sleutel van het genus Stenamma staat bij H. Kutter:
Kutter ging er dus vanuit dat zijn twee mannetjes uit San Nazarro (noorden van Italië) op basis van het aantal tandjes op de mandibulae, respectievelijk 3 en 5, S. westwoodii en S. striatula waren waarbij hij veronderstelt dat Westwood wel een mannetje had gevonden met een afwijkend aantal tandjes. De beschrijving van S. westwoodii vermeldt wel degelijk 5 tandjes bij de mannetjes zoals ook te zien is op de illustratie van Westwood (fig. 86 - 13, zie hierboven). De in Europa algemeen voorkomende soort komt niet overeen met de typebeschrijving van Westwood. S. westwoodii verschilt van S. debile bij de wijfjes in de vorm en sculptuur van de area frontalis en de vorm van de petiolus. Dorsaal gezien is de petiolus is bij S. debile vooraan bijna zo breed als de knoop achteraan terwijl die bij S. westwoodii vooraan duidelijk smaller is. Bij de werksters is de grootte van de facetogen bij westwoodii 0.08 - 0.10 mm) en bij debile 0.08 - 0.21 mm. Een werkster van westwoodii heeft mandibulae met 7 tandjes en de facetogen hebben 4 omatidia op de grootste diameter; een werkster van debile heeft mandibulae met 6 tot 9 tandjes en facetogen met 3 tot 6 omatidia op de grootste diameter. * * * * *
|
|||||||