![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Strongylognathus Mayr
Synoniemen: Nederlandse naam: sabelmieren * * * * * typebeschrijving
* * * * *
|
|||||||
Dit parasitair genus telt zo'n 22 soorten die voornamelijk voorkomen in de Palearctische regio. In het genus maakt men onderscheid tussen twee groepen. Een eerste groep omvat de soort S. testaceus die voorkomt van Centraal-Azië tot West-Europa en S. karawajewi van Centraal-Azië. Kenmerkend voor deze groep is de diepe occipitale insnijding van de kop. Deze insnijding ontbreekt bij de tweede of de huberi-groep waarvan de 20 soorten verspreid zijn van Europa tot Korea en Noord-Afrika. Identificatie van de soorten binnen deze groep vraagt dikwijls onderzoek van de sexuelen. Alle soorten van de genus leven parasitair bij kolonies van Tetramorium . Er is weinig informatie over het al dan niet maken van rooftochten door deze parasieten alhoewel dit bij sommige soorten zoals S. alpinus wel werd waargenomen. Van S. testaceus neemt men aan dat zij geen rooftochten onderneemt maar dat een nieuwe kolonie wordt gesticht doordat een bevrucht wijfje een nest van Tetramorium binnendringt hetgeen men ook wel als een tussenstap beschouwt naar een echte slavensoort.
|
|||||||