![]() |
|
||||||
MYRMICINAE |
|||||||
| KNOOPMIEREN |
|||||||
| Smith, 1947 | |||||||
Strumigenys F Smith Datum van de beschrijving: 1860
Nederlandse naam: klemkaakmier
|
|||||||
In de subtropische en tropische regio's komen enkele genera mieren voor die speciaal morfologisch zijn toegerust om snelle prooien zoals de springstaarten (Collembola) te vangen. Soorten van de genera Odontomachus, Acanthognathus, Daceton en Strumigenys bezitten lange parallel lopende kaken die met hoge snelheid kunnen dichtklappen en die in de strooisellaag met een zeker gemak op springstaarten jagen.
- Odontomachus sp. © Alex Wild 2003 Wulfila Gronenberg heeft zowel bij Odontomachus, Daceton armigerum als bij Strumigenys het mechanisme bestudeerd dat deze mieren in staat stelt snelle prooien buit te maken. Strumigenys is tussen 1.2 en 1.5 mm en nadert de prooi met gesloten kaken tot de antennes de prooi waarnemen. Zodra ze een prooi detecteren, openen ze hun kaken in een hoek van wel 220° en naderen langzaam om de prooi niet te alarmeren. Door bewegingen van de kop tracht deze mier steeds met de antennes contact te maken met de prooi. Zodra Strumigenys de prooi met de haren die op het labrum staan localiseert tussen de kaken, klappen de kaken dicht in een tijd van 2.5 ms. Eenmaal de prooi geklemd zit tussen de madibulae, buigt de mier haar achterlijf naar voren en verlamd deze met haar angel. De reflex waarmee de geopende kaken bliksemsnel dichtklappen is het resultaat van een complex mechanisme. Bij het openen van de kaken, schuift het labrum na © W. Gronenberg (gewijzigde afbeelding)
* * * * *
|
|||||||